Life with Cookie

Daar lag ze dan.
Samen met honderden soortgenootjes in een bak bij Ikea.
Ik moest heel veel moeite doen maar één varkentje te kopen, en toen ik later bij de kassa een varkentje in een leeg rek zag liggen (op zijn buik en het leek alsof hij huilde) kon ik me niet beheersen, en moest er alsnog een tweede mee.
Cookie zat in een rode bloempot bij mij op de wagen, op een stapel laminaat voor in mijn gerenoveerde keuken.
Wanneer ik langer bij mijn kar wegging, bijvoorbeeld bij de koopjescorner, haalde ik Cookie van de wagen af, en droeg ik haar in mijn hand.
We konden niet hebben dat iemand Cookie zou roven.

Inmiddels waren we bij de kassa, en zag ik het zielige varkentje op zijn buik in het lege schap. Vast op het laatste moment uit een kinderhandje gegrist en teruggegooid, zodat hij niet afgerekend hoefde te worden.
Hij lag niet direct naast de kassa, waar iedereen geconfronteerd zou worden met zijn bestaan. Daar had hij nog een kans op overleven had. Nee, dit biggetje lag een eind terug. In het grensgebied tussen de consumentvriendelijke kassa’s en het zelfbedieningsmagazijn.
Een gebied met schap-eilanden met koopjes waar het niet echt gezellig wil worden. 

Ik liep naar hem toe om hem te pakken, en op de terugweg zag ik dat achter mij een moeder stond met een tweejarig meisje.
Ik vroeg haar of ze het goed vond dat ik het grijs roze broertje of zusje van mijn varkentje na het afrekenen aan haar dochter gaf.
“Hij lag daar, helemaal alleen in het schap. Ik kon hem echt niet laten liggen.”
Het mocht.
En zo kocht ik dus twee knuffeltjes, maar vertrok met één.
Ondertussen wist ik nog steeds niet hoe de mijne heette.
Wel dat het een meisje was. En ik verwachtte dat ze een jongensnaam had.
Pas thuis kwam de naam “Cookie” door, en dat ze mijn nieuwe everyday vriendin zou zijn. In tegenstelling tot Kylo Ren, die alleen meeging als ik buiten Nijmegen kwam, of naar stressvolle situaties zoals het ziekenhuis.
Maar Cookie zou overal bijzijn.
Boodschappen doen, mee gaan naar de film. Tegen de monitor aanleunen als ik schrijf, en naast de yogamat liggen, net als de hond Benji van Yoga with Adriene.

links Kylo Ren, rechts Cookie

En Cookie bleek een goede life coach (van €3,-!) want ik kreeg in haar gezelschap meteen belangrijke inzichten over hoe ik mijn leven in moest richten.
Dat was hard nodig, want ik had net anderhalve maand down the drain gespoeld.
Weken waarin ik me had voorgenomen mijn boeken uit te geven, maar alleen maar had geschreven.
Er was totaal geen zicht op inkomen, en op de gedachte een normale baan te moeten nemen, reageerde ik nog net zo hysterisch als afgelopen zomer.
Geen idee hoeveel ik daarover heb verteld. Maar het zal een sugar-coated version zijn geweest, zonder te onthullen wat er echt aan de hand was.
Of is.
Want ik ben voor weinig dingen zo bang als voor gewoon werk.
In de film Fantastic Beasts 2 zit een flashback scene waarin een magisch wezen, een boggart, de vorm van je ergste angst aanneemt.
Voor toekomstige drakenfluisteraar Newt Scamender is dit een bureau.
Dat is zijn grootste angst.

Mijne ook, maar dan “een bureau dat bij iemand anders staat”.
Het idee dat ik 40 uur per week van huis ben, en zéker als ik achter een bureau moet zitten, en als ik thuiskom nog moet schrijven om mijn ziel levend te houden?
Word ik niet blij van.
Het is niet eens dat ik niet weet hoe ik geld moet verdienen als schrijver. Want ik weet PRECIES hoe dit gaat werken, en wat ik moet doen.
En vooral wie ik moet zijn.
(een onverschrokken uitgeefster van mijn eigen boeken)

Nee, de reden dat ik al maanden geen resultaten boek, is omdat ik iedere dag zoveel schrijf dat ik qua boeken publiceren nog geen deuk in een pakje boter sla.
De enige die wél hard werkt is mijn vormgever.
Maar als zij één dezer dagen mijn covers afheeft, heb ik nog steeds niet meer dan ik twee maanden geleden had.
En daar zijn natuurlijk allemaal redenen voor.
Zo eist de verbouwing bij mij zijn tol, en is mijn overspannenheid nog geen haar beter dan zeven maanden geleden. Ik spring niet meer in de Waal, maar heb al anderhalf jaar hartklachten en huil bijna dagelijks.
Maar toch.
Dat ik deze kostbare maanden niet heb besteed aan het publiceren van mijn boeken (of aan beter worden!), maar me heb vastgeklemd aan mijn pen en toetsenbord – Ja, dat is wel een teleurstelling.
Om niet te zeggen: Een horrorscenario.
Mijn uren achter het toetsenbord, just blogging away, zijn een dagelijkse reminder dat als ik geen geld ga verdienen als uitgever, ik double fucked ben.
Ten eerste omdat ik dan faal als ondernemer.
En ten tweede omdat ik dan moet gaan werken, en als ik s avonds om half zes helemaal uitgeknepen thuiskom nog moet schrijven om enigszins het gevoel te hebben dat ik ertoe doe.
Dat het leven ertoe doet.
Als schrijven überhaupt al is toegestaan.
Want ik krijg vast werk waar ik heel veel stress van krijg, maar waar ik dan met geen letter over mag schrijven. Dan moet ik eerst mijn werkdag helemaal uit mijn systeem wissen (ik denk dat ik maar weer ga drinken!), voor ik kan schrijven.
Tenzij ik op magische wijze geen behoefte meer heb aan schrijven, ben ik dus de klos als ik ga werken om de kost te verdienen.
Dat ga ik niet redden.
En dat maakt al die uren schrijven, hoe heerlijk ik ze ook vind en hoe gezegend ik me ook voel dat ik zoveel heb om over te schrijven, ook alsof ik mijn eigen graf sta te graven.
Letter voor letter, iedere dag dichter bij de afgrond.
En zelfs als, ALS, ik wel mijn geld verdien met schrijven, dan nog blijft de angst dat dat op een dag niet meer lukt, en ik gewoon moet werken, als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd hangen.
De wrange waarheid is dus helaas, dat ik er puur voor mijn eigen gemoedsrust gewoon behoefte heb te functioneren, op een 40-urige werkweek zonder schrijven.
Zelfs als dat niet (meer) nodig zou zijn, omdat er van de boekverkoop geld genoeg binnenkomt.
Dat ik ook dan weet:
“Ik red me altijd wel.
Ook als dit op zou houden.”
Het waren allemaal gedachten die al weken door mijn hoofd speelden – het gevoel dat je steeds dieper in de penarie komt, en verder van de oplossing verwijderd raakt – maar sinds dit weekend weet ik hoe ik dit op moet lossen.
Heel helder.
En waarschijnlijk nog sound business ook nog.
Ik ga toewerken naar 40 uur per week werken aan mijn business – zonder het schrijven.
Alleen het uitgeven, de sales, en sales posts/ kleine blog posts voor mijn schrijversaccount (ik schrijf/ werk niet meer als Suzanne Beenackers, en dat zal ik ook nooit meer doen).
Ik ga dus feitelijk net doen alsof ik een baan heb, maar wel een hele leuke want het is mijn eigen biz.
Als ik wil schrijven dan moet dat s avonds en in het weekend.
Dit gaat lijnrecht in tegen alles wat ik geleerd heb over wat je moet doen als schrijver. Art first! Maar in mijn geval heb ik de geruststelling nodig, dat ik überhaupt nog wil leven, als ik 40 uur per week iets anders moet doen dan naar hartelust bloggen.
En als dat niet zo is, als ik dan één hoopje ellende word, dan kan ik daar maar beter zo snel mogelijk achter komen.
Dan kan ik nog in therapie ofzo.
Maar dan weet ik concreet waar ik aan toe ben; wat ik (al) kan, wat niet.
En het goede nieuws is dat de kans groot is dat ik met 40 uur werken aan mijn eigen business, zo hard deuken in pakjes boter sla, dat de tafel eronder door zijn poten zakt.
En er is een tweede inzicht dat ik dit weekend heb gekregen.
Ook dat ging over schrijven.
Dat schrijven gewoon zo ellendig voelt, niet alleen omdat ik er niks mee verdien (nu) en het inkomensvraagstuk onopgelost blijft. Er is een tweede reden. Schrijven is creatief, en daarmee niet stabiel.
Ik weet nooit hoelang een blog post gaat duren, of waar hij überhaupt naartoe gaat.
Kan heel anders zijn dan ik me had voorgenomen.
In tegenstelling tot yoga geven, en in tegenstelling tot mijn boeken uitgeven en verkopen, is dit geen proces dat je kunt beheersen. Dat zou misschien nog net kunnen, bij schrijven in opdracht.
Maar dat wil ik helemaal niet.
Van alle beroepen die ik voor het geld zou kunnen doen, vind ik broodschrijver één van de minst aantrekkelijke. Het ligt zo dicht tegen purpose schrijven aan, dat het er het meest mee vloekt.
Als roze en rood.
Maar al met al zijn daardoor de afgelopen zeven maanden vlek op vlek geworden:
Ik was al instabiel doordat ik mijn yoga onderneming eerst aan het reorganiseren was en uiteindelijk heb weggedaan na vijftien jaar. En ik was ook geschrokken van mijn fatalistische houding na het job offer.
Schrijven werd mijn manier om alles te verwerken, en ook om mijn nieuwe leven vorm te geven.
Maar ik dreef steeds verder af van een verdienmodel, en de zee werd steeds ruwer.
En nu ben ik duizenden euro’s verder dan vorige zomer, en ik ben nog geen stap verder. Het enige dat ik iedere dag doe (namelijk schrijven) doet me nog verder wegdrijven van een inkomen, én van het gevoel dat je gewoon werk hebt, en zo n beetje weet hoe je dag eruit gaat zien.
Dus dat moet stoppen.
Ik ga niet zeggen dat ik in week één al 40 uur kan draaien zonder te schrijven.
Maar alleen al weten dat dat is waar ik heen wil, dat doet me goed.
Want als ik dat kan? Dan kan ik alles!
Als ik iedere week 40 uur kan werken, zonder behoefte om mijn purpose work te doen, of wel met die behoefte maar dat fiets ik er gewoon bij in de avonduren – dan hoef ik echt nergens meer bang voor te zijn.
Het is een variant op: je moet het idee loslaten dat je voor je purpose work betaald gaat worden.
Dat laat ik los.
Mijn schrijven = purpose = in de avonduren en de weekenden.
Mijn biz = gewoon een job = overdag.
Nou, en dat heb ik dus allemaal geleerd van Cookie.
Maar dat wist je natuurlijk al.

~Suzanne

Facebookpagina.
https://www.facebook.com/SuzanneBeenackersSchrijver/

Alle posts over poesjes en yoga blijven op mijn oude pagina:
Facebook M Yoga

Suzanne Beenackers op Twitter

Advertenties